Organisatie

De school is verdeeld in twee bouwen:

  • de onderbouw: groep 1-2, 3 en 4
  • de bovenbouw: groep 5, 6, 7 en 8

Elke bouw heeft één bouwcoördinator die voorzitter is van de bouwvergadering, die de actuele zaken binnen de bouw regelt en die tevens lid is van de schoolleiding.

Op onze school wordt gewerkt met een klassikaal systeem, de kinderen zijn ingedeeld naar leeftijd. In de kleutergroepen wordt gewerkt met heterogene groepen. Dit betekent dat instromers en de kinderen van groep 1 en2 indezelfde groep geplaatst worden. Vanzelfsprekend sluit het onderwijs hierop aan.

Onze methodes gaan uit van het principe basisstof en verrijkingsstof: een bepaalde basis geldt voor alle leerlingen, daarnaast krijgen kinderen wat zij nodig hebben, soms iets meer, soms iets minder of soms iets anders. Kinderen die dit nodig hebben kunnen extra worden geholpen. Hierdoor kunnen we beter differentiëren. Er zijn middelen aanwezig om de meer begaafde leerlingen voldoende uitdaging te blijven bieden. De methodieken worden steeds volgens een bepaalde cyclus vernieuwd en voldoen aan de kerndoelen.

We werken volgens het model van “directe instructie met een weektaak”. Kinderen krijgen klassikaal les, maar zodra dit mogelijk is, werken ze zelfstandig en gaat de leerkracht door met een kleine groep of met een individuele leerling. Als kinderen klaar zijn met de verwerking, gaan zij door met hun eigen weektaak. Deze bevat zowel opdrachten die voor alle kinderen gelden alsook specifieke opdrachten voor het kind. Op deze manier leren kinderen regelmatig en al in een vroeg stadium om zelfstandig te werken en om samen te werken.

De grootte van de groepen varieert sterk en is afhankelijk van de vorderingen en de samenstelling van de diverse groepen. Het aantal kinderen in een groep kan daarom nogal eens uiteen lopen.

In de hogere groepen worden de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, verkeer en natuur apart van elkaar onderwezen. Omdat betrokkenheid van kinderen bij het leren op onze school een groot goed is, kiezen we ervoor met deze methoden ontwikkelingsgericht te werken.

Soms vinden vakwisselingen plaats. Op deze manier komen specialisaties van leerkrachten beter tot hun recht, wat positieve effecten heeft op de kwaliteit van het onderwijs. Voorbeelden hiervan zijn: muziek, gymnastiek, handvaardigheid, bepaalde kennisgebieden en Engels. Ook worden kwaliteiten van leerkrachten benut bij de interne begeleiding, creatieve vakken, computers en in het middenmanagement.

Er wordt veel gedaan aan de creatieve vorming. De vakleerkracht handvaardigheid verzorgt samen met de eigen leerkracht de lessen handvaardigheid waarbij vele technieken structureel worden aangeboden. De school heeft voor alle leerjaren specifieke culturele activiteiten op het programma staan. De komende jaren willen we deze lijst van activiteiten verder uitbreiden. Cultuur heeft daarom op onze school een speciale plaats naast de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling.